
Wanneer je als wandelaar of hardloper vanaf de Bloemerdbrug over de dijk langs de Dwarswatering loopt bereik je na een paar honderd meter een grasveld met een picknicktafel, omzoomd door fraaie kastanjebomen en rechts een lage betonnen bak. Het is nog het enige restant van wat in de volksmond boerderij Balkenende werd genoemd. Peter Diebels dook in de geschiedenis van deze eeuwenoude boerderij.
Een boerderij langs de Dwars
Tot voor kort was er nog wel iets anders tastbaars van de boerderij te zien, want verscholen in het groen had een betonnen silo uit de jaren ’60 de sloop van de boerderij overleefd. Ook is aan de overkant van de Dwarswatering nog het fundament van de brug te zien die het boerderijcomplex met de Munnikenpolder verbond. Deze door de Zoeterwoudse smederij van W. Pieterse gebouwde brug is in 1973 gesloopt voor de verbreding van de Dwarswatering, drie jaar voordat de gemeente in 1976 de sloopvergunning voor de boerderij zelf afgaf. Op 2 januari van datzelfde jaar overleed de laatste eigenaar, Wilhelm Cornelis Balkenende, vijf maanden later gevolgd door zijn vrouw Elizabeth Balkenende – Hazenoot. Na de sloop werd op de restanten van het boerenbedrijf een grasveld aangelegd, waarbij de op voorspraak van wethouder Drenth gespaarde silo tot uitkijktoren zou worden omgebouwd als onderdeel van het sport- en recreatiepark De Bloemerd.

Oudste vermelding

Op de plek van boerderij Balkenende stond al waarschijnlijk al in de 16e eeuw een boerderij. De eerste afbeelding vinden we op kaarten van de bekende landmeter Jan Pietersz. Dou uit het begin van de 17e eeuw. Langs de ‘Dwers Wateringe” is de woning van Pieter Arissoon of Arisz. afgebeeld, bestaande uit een huis en hooimijt.

Ook op latere 17e– en 18e-eeuwse kaarten uit de collecties van Erfgoed Leiden en het Hoogheemraadschap van Rijnland is op deze plek bebouwing ingetekend, maar niet bekend wie de eigenaar van de boerderij was. Pas aan het begin van de 19e eeuw vinden we namen terug in de archieven en kranten van die tijd, te beginnen bij de eerste burgemeester van Leiderdorp, Charles Thomas van Goor den Oosterlingh. In 1820 verkocht hij de boerderij en bijbehorende percelen in de Bospolder aan jonkheer mr. dr. Frédéric Auguste van Leyden van Westbarendrecht, ambachtsheer van Warmond en gouverneur van Zuid-Holland. Na diens overlijden in 1821 kwam het in bezit van zijn weduwe, Augusta Leopolda Catharina Baronesse douairière van Leyden geboren Baronesse van Pallandt. Zij staat als eigenaresse vermeld in het eerste kadastrale minuutplan van Leiderdorp.

Boerderij ‘Den Hollander’
Augusta woonde in het Huys te Warmont en verpachtte haar gronden in de polder aan het gezin van Cornelis Bergman en Petronella van Grave, die hiervoor vanuit Lisse naar Leiderdorp verhuisden. In 1827 werd de uit Wassenaar afkomstige Christianus (Kors) den Hollander de nieuwe pachter van het bedrijf aan de Zijldijk 23; hij ging er na hun huwelijk op 17 april 1828 met zijn vrouw Jannetje Zandbergen wonen en kregen er samen 8 kinderen. In 1847 wordt Kors benoemd tot molenmeester van de Bosmolen en later zien we hem ook terug als bestuurslid van de Bospolder.
Na het overlijden van Augusta van Pallandt in 1844 was de eigendom overgegaan naar haar nicht Aleida Hermannia Christina van der Wijck, getrouwd met Graaf Otto Leopold van Limburg Stirum. Na haar overlijden verkochten Otto en hun kinderen de boerderij met landerijen in de Bospolder via een openbare veiling op 7 augustus 1874 in het Herenlogement aan de Burcht te Leiden.


Koper van de bouwmanswoning, die in de advertentie “WILSTEE” genoemd wordt, is Theodorus den Hollander, de 4
e zoon van Kors en Jannetje, die voor de 18,3 hectare en de boerenwoning, een bedrag van fl. 31.070, –. Neerlegt. Op 16 oktober 1911 verkoopt Theodorus de boerderij aan zijn zoon Hendrikus voor een bedrag van fl. 34.000.-. In 1908 was Hendrik zijn vader opgevolgd en kon in 1909 zijn vrouw Maria Wilhelmina Ruijgrok in de woning verwelkomen. Daarna kreeg het echtpaar
11 kinderen, waarvan er 10 op de boerderij werden geboren. De jongste kwam in 1924 in Rijswijk ter wereld, kort nadat het gezin de boerderij met grond ter grootte van 22,8 hectare op 18 januari 1924 had verkocht aan W.C. Balkenende voor fl. 70.000, -.
Boerderij Balkenende
De nieuwe eigenaren van boerderij Wilstee werden Wilhelm Cornelis Balkenende en zijn vrouw Elizabeth Hazenoot. Beide afkomstig uit Noordwijk, waar ze op 3 januari 1924 waren getrouwd. Twee weken later kochten ze de boerderij en bijbehorende grond in Leiderdorp om deze veertig jaar later – op 23 juli 1964 – aan de gemeente Leiderdorp te verkopen voor een bedrag van maar liefst fl. 466.330, -. De daaropvolgende jaren pachtte de familie het bedrijf van de gemeente. Uiteindelijk zouden ze allebei in 1976 overlijden, in hetzelfde jaar dat de boerderij zou worden gesloopt.

Wilhelm en Elisabeth kregen in totaal 4 kinderen, dochters Cornelia en Johanna in 1924 en 1925 en zoons Arie en Arend in 1929 en 1930. Uit de collectie foto’s die de familie Balkenende het Leiderdorps Museum ooit schonk en de vele berichten uit het krantenarchief van Leiden is een goed beeld te reconstrueren van hun leven op boerderij Balkenende tussen 1924 en 1976.
De familie hield koeien en varkens en verdiende aan de melk en andere zuivelproducten, zoals de ‘Prima Goudsche Kaas’, waarvoor Wilhelm regelmatig reclame maakte.

