De Romeinse Tijd in Zuid-Holland

Provincie Zuid-Holland, 2002, 50 p., € 2,50

Voorwoord

Veel van de geschiedenis van Zuid-Holland is in schriftelijke bronnen vastgelegd. Nog veel meer sporen ervan bevinden zich echter in de bodem. Zeker voor de prehistorie, maar ook daarna, zijn bodemsporen en materiële resten vaak de enige bron van kennis over onze provincie. Het groeiend besef, dat door de grote dynamiek in Zuid-Holland veel waardevol bodemarchief verloren is gegaan of wordt bedreigd, heeft ertoe bijgedragen dat de provincie in het afgelopen decennium in lijn met een landelijke trend een actief archeologiebeleid heeft ontwikkeld. Deze ontwikkeling is mede het gevolg van de implementatie van het Europees Verdrag van Valletta/Malta in de Nederlandse wet- en regelgeving. Een belangrijke doelstelling in dit verdrag over de archeologische monumentenzorg is het bewaren van waardevolle vindplaatsen in de bodem, het zogenaamde ‘in situ’ bewaren. Daar waar dit door omstandigheden praktisch niet mogelijk is, dienen onderzoek en opgravingen bij te dragen aan de kennis door de resultaten ervan ‘ex situ’ te bewaren.

De provincie draagt zorg voor het behoud en beheer van de archeologische vindplaatsen en vondsten zowel ‘in’ als ‘ex situ’. Bij allerlei beleidsbeslissingen, onder meer over ruimtelijke planvorming, heeft het aspect archeologie als mee te wegen factor een vaste plek verworven. De opgegraven vondsten worden bewaard in het Provinciaal Archeologisch Depot. In de provinciale Archeologische Kroniek wordt jaarlijks een overzicht gegeven van vrijwel alle onderzoeken over alle tijdvakken. Het is de bedoeling, dat het samenstellen van een tentoonstelling over provinciale archeologie een regelmatig terugkerend fenomeen wordt, waarbij telkens een ander tijdvak van onze geschiedenis centraal zal staan. In 2003 zal in samenwerking met de gemeente Leiden een Gemeentelijk en Provinciaal Archeologisch Centrum gerealiseerd worden. Zo komt een meer publieksgerichte functie van het Depot ten behoeve van informatie over en presentatie van de archeologische monumentenzorg onder één dak.

In de grond verborgen materiaal of in depots opgeslagen vondsten zijn echter voor het publiek weinig aansprekend. Door middel van deze brochure en de tentoonstelling ‘De Romeinse Tijd in Zuid-Holland’ wil de provincie een deel van de Zuidhollandse geschiedenis voor een breed publiek zichtbaar maken. Het gekozen tijdvak, de Romeinse Tijd, is in diverse opzichten bijzonder. De grens van het Romeinse rijk, de Limes, volgde gedurende twee eeuwen de Oude Rijn en vormde zo de scheiding tussen het door de Romeinen beheerste zuiden en ‘wilde’ noorden van de provincie. Dit Limes-gebied is dan ook zeer rijk aan bodemvondsten uit die periode. Maar het tijdvak markeert ook grote veranderingen in de ontwikkeling van de bewoners van deze provincie. De archeologische monumentenzorg verdient daarom bij de ontwikkelingen nú onze volle aandacht!

Ir. M. Houtman,

gedeputeerde Cultureel Erfgoed
van de provincie Zuid-Holland.