
VOORWOORD
Na de eerdere publicaties ‘Rond de schans van Valdez te Leiderdorp tijdens het beleg van Leiden 1573-1574″ en ‘Klooster Engelendael te Leiderdorp 1396-1577″ is de Historische Werkgroep van het Leiderdorps Museum zich gaan verdiepen in de kastelen in en om Leiderdorp. We richten ons in dit boekje op de middeleeuwse kastelen ter Mey, te Waard, ter Does, ter Zijl, Berendrecht en Stenevelt. We beperken ons niet tot het huidige grondgebied van Leiderdorp, want dat strekte zich in de middeleeuwen uit tot aan de Burcht van Leiden. Ook Huis Zwieten op Zoeterwouds grondgebied komt aan bod, aangezien de van Zwietens nauwe banden onderhielden met Leiderdorp. In de vloer van de Dorpskerk van Leiderdorp vinden we dan ook niet alleen een monumentale grafsteen van bewoners van Huis ter Does, maar ook een imposante grafsteen van bewoners van Huis Zwieten.
In het middeleeuwse Leiderdorp sprak men overigens niet van kastelen, maar van huizen of hofsteden. Bovendien noemen tegenwoordige historici (zie Jansen 1996; zie ook van Haersma Buma, 2006) een middeleeuws bouwwerk alleen een kasteel, wanneer dat verdedigd kon worden door haar bewoners, die feodaal afhankelijk waren van een leenheer (graaf, burggraaf) of van een abdij. Sommige van de Leiderdorpse huizen waren wel verdedigbaar, andere waarschijnlijk niet. Van sommige huizen waren de bewoners wel feodaal afhankelijk van een leenheer, van andere huizen waarschijnlijk niet. De versterkte adellijke huizen in en om Leiderdorp oogden wel als kastelen. Daarom spreken we in dit boekje kortweg van kastelen en kasteelbewoners.
Hoe weten we eigenlijk hoe die kastelen eruit zagen? De breedte van de slotgracht, de aanwezigheid van een poort en de dikte van de muren zeggen iets over de verdedigbaarheid van het huis. Bij de prenten die in de archieven zijn aangetroffen rijst telkens de vraag of de kastelen er werkelijk zo hebben uitgezien. De meeste prenten dateren namelijk van na 1650. Sommige kastelen waren toen al verdwenen (te Waard, Berendrecht), andere kastelen hadden inmiddels een of meerdere gedaanteverwisselingen ondergaan door ingrijpende verbouwingen (ter Zijl, Zwieten, ter Does, ter Mey). Bovendien zijn veel van deze prenten nagetekend van oudere prenten. Wanneer van een bepaald middeleeuws kasteel dus meerdere sterk gelijkende prenten bestaan van verschillende tekenaars, wil dat nog niet zeggen dat het kasteel er ook werkelijk zo heeft uitgezien (Pelinck, 1974).
