Landelijk leven in Leiderdorp

Claudia Thunissen, 1998, 112 p.

Voorwoord

Ik ging even langs bij veehouder Arie Roest om zijn ligboxstal te bekijken. Ik kwam het erf op en daar stond hij als een silhouet, tegen het weidse decor van de Achtenhovenerpolder, bovenop een berg ingekuild gras dat hij met planken onder zijn voeten gebonden vast stampte.

Tegenwoordig wordt het gras ingekuild, maar vroeger kregen de weiden in de zomer een heel ander aanzien. In de polder stonden puntige oppers en trokken paarden hooiwagens : voort. Nog steeds is op het platteland méér dan in de stad het ritme van de seizoenen voelbaar én zichtbaar. Daar horen kleuren, geluiden, geuren bij: Dampige mist, zigzaggende hazen, kluitjes schapen, kreten van weidevogels. In de winter schaatsers op bevroren sloten en in het voorjaar koeien, die na een seizoen op stal tierig en springerig naar buiten gaan. Het landschap verandert, in de lente krijgen de geriefbosjes bladeren die ’s zomers de boerderij gedeeltelijk aan het oog onttrekken. In het najaar gaan de koeien, hét fotogenieke stoffage van het landschap, weer op stal.

De boeren zijn degenen die dat polderlandschap hebben vormgegeven en die het eeuwenlang hebben beheerd; zij zijn degenen die de Nederlandse schilders fantastische decors hebben bezorgd. De boeren zijn ook degenen aan wie wij de boerderijcomplexen te danken hebben. Een prachtige vorm van bedrijfsbouwkunst. Want een boerderij wordt toegesneden op het gebruik. En voor dat gebruik gaan we even terug naar de vijftiende eeuw. Toen ontstond de Randstad. Een uniek fenomeen in de wereld. Rond een groene ruimte groeide een ring van kleinere en grotere steden. In de buurt van Leiderdorp dijde Leiden uit. Een stad, die stenen voor haar huizen nodig had en voedsel voor haar bewoners. De Leiderdorpse agrariërs leverden beide. Hun land werd afgeticheld voor de klei, de tuinders brachten groente in, de boeren zuivel en vlees. Boter en kaas, dát waren gewilde producten. En zo specialiseerden de boeren in deze streek zich op het melkvee. Dat is nooit meer veranderd. Wie langs de Leiderdorpse hoeven fietst, ziet overal de lage raampjes van de melkkelder, waar de zuivel werd koel gehouden en de kaas in pekelbakken ag, en daarboven de hoge ramen van de opkamer.

Het boerenleven is in de jaren ’60 in een stroomversnelling gekomen. Mechanisatie, de invoering van de vrije zaterdag en-de stadsuitbreidingen deden hun werk. Het platteland werd volgebouwd maar liep tegelijkertijd leeg. In Leiderdorp is nog maar een klein aantal boeren in vol bedrijf, veel boerderijen zijn in de afgelopen decennia gesloopt, op de weilanden staan huizen.

Ik zou ervoor willen pleiten dat Leiderdorp heel zorgvuldig met haar landelijk culureel erfgoed omgaat, met het landschap, de boerderijen én de boerenbedrijven. Niet als een verstard monument, maar als een levend goed. Niet uit nostalgie, maar als een investering in de toekomst. Een hergebruik van de boerderij Sterkenburg bij het kerkhof en een behoud van de Oude Hoogmadeseweg erlangs, die een van de oudste dijken van Leiderdorp is, zou daar bijvoorbeeld bij passen; evenals respect voor het unieke karakter van de Boterhuispolder en voor de enige bewaard gebleven historische grens tussen dorp en land, die van de Does, herkenbaar en duidelijk afgebakend.

Het afgelopen jaar heb ik voor dit boek op het archief gezeten en gelezen, maar vooral ook talloze gesprekken gevoerd met boeren, knechten en nakomelingen, hun boerderijen gezien en als maar rondjes gereden door dorp en polder. Het was ben voorrecht. Grote gastvrijheid, enorme welwillendheid, veel verhalen. Af en toe duizelde het me. Namen gaan over van vader op zoon en van moeder op dochter, ies zijn allemaal wel ergens verwant. Stapels foto’s, albums, hypotheekactes, bouwtekeningen, genealogieën en andere bijzondere dingen kreeg ik te leen voor het boek. Veel hulp en vooral foto’s heb ik ook gekregen van Jan de Lange.

Het boek is tot stand gekomen in een bijzonder samenwerkingsverband. Comité Doesbrug was van plan een boek uit te geven over et Leiderdorpse Groene Hart En de oudheidkamer organiseerde een tentoonstelling over boerderijen. Er was geen mooiere combinatie denkbaar.

Claudia Thunissen